Winstverdeling VOF

29 mei 2007 | Hof Den Haag | jurisprudentie | LJNBA8629, BK-06/00223

De vennoten van een vennootschap onder firma kunnen de winst in iedere gewenste verhouding verdelen. Het besluit over de winstverdeling kan expliciet genomen worden door de vennoten of blijken door de vaststelling van de jaarrekening. De winstverdeling wordt fiscaal gevolgd als het besluit op zakelijke gronden is genomen. De inspecteur moet het bewijs van onzakelijkheid leveren. Volgens Hof Den Haag was de winstverdeling niet onzakelijk in het geval van een woon-winkelpand dat eigendom was van een van de vennoten. De benedenverdieping was bedrijfsvermogen; de bovenverdieping die als woning werd gebruikt was privévermogen. De VOF had een uitgebreide verbouwing van de benedenverdieping betaald. De boekwaarde van de verbouwing was nihil. De opbrengst bij verkoop van het gehele pand bedroeg € 317.650, waarvan aan de bovenverdieping € 79.400, aan de verbouwing € 88.450 en aan de benedenverdieping € 149.800 werd toegerekend. Het aan de verbouwing toegerekende bedrag werd als winst van de VOF aangemerkt en verdeeld in de verhouding volgens de vennootschapsakte. Volgens het Hof mochten de vennoten er vanuit gaan dat de verbouwing bij de verkoop nog waarde had. De koper wilde een winkelpand voor zijn onderneming. De verbouwing van de benedenverdieping tot winkelruimte had volgens een eerder uitgevoerde taxatie een waardevermeerderend effect.