9 juni 2009 | Hoge Raad | jurisprudentie | LJN BB3475, 43602
De Wet Inkomstenbelasting 2001 bevat een aftrekbeperking voor ondernemers die gebruik maken van goederen die tot hun privévermogen behoren. Volgens deze aftrekbeperking mag slechts een gebruiksvergoeding die gelijk is aan het forfaitaire rendement van het vermogensbestanddeel in box 3 ten laste van de winst worden gebracht. Deze aftrekbare vergoeding is dus maximaal 4% van de gemiddelde waarde van het vermogensbestanddeel bij het begin en het einde van een kalenderjaar.